Na iedere
gespeelde wedstrijd door Ajax is er voldoende om over te praten.
Wellicht was het aanvalsspel flitsend, of klopte het tactisch plan perfect bij
de tegenstander. Daarachter liggen tal van statistieken, die iets zeggen over
zowel de individuele prestaties als over het geheel. Vandaag: Ajax schakelt een tandje bij na rust en speelt zich aan de hand van Sébastien Haller naar de vijfde zege op rij in de Champions League. We
beginnen te kijken naar wat algemene statistieken van
Besiktas – Ajax. Het
allereerste wat opvalt, is dat de Amsterdammers zowel voor als na rust negen
schoten waagden, al gingen deze lang niet allemaal op doel. In de tweede helft
bleek Ajax daar ietwat nauwkeurig in, want waar er voor rust twee schoten op
doel gingen, waren dat er na rust vier. De gegroeide dominantie na rust komt
ook terug in het percentage balbezit. Voor rust was het slechts 52-48 in het
voordeel van Ajax, na rust was dat 59-41.
Wat
verder opvalt, is het relatief lage aantal door Ajax gegeven passes tijdens
Besiktas-uit. De Ajacieden speelden elkaar de bal in totaal 483 keer toe –
tegenover 383 keer van Besiktas – en dat aantal ligt vele malen lager dan
tijdens de laatste drie Champions League-wedstrijden. In de thuiswedstrijd
tegen Besiktas lag dit aantal juist het hoogst: 706. Thuis tegen Borussia
Dortmund werd de bal 615 keer overgespeeld, terwijl dat aantal in Dortmund op
633 lag. Tijdens de eerste Europese wedstrijd van het seizoen, de 1-5 zege op
Sporting Portugal, verzond Ajax echter nóg minder passes. Toen vonden de
spelers van Ajax elkaar 459 maal.
Martínez dominant aanwezig in het Ajax-spel
Vervolgens
is het tijd om verder in te zoomen op de prestaties van de Ajacieden. Wat in
het oog springt, is de dominantie van
Lisandro Martínez binnen het spel van
Ajax. Niemand kwam zo vaak aan de bal als de Ajacied. Niet geheel toevallig was
hij met een assist op de 1-2 én een briljante voorassist bij de 1-1 dan ook
volop betrokken bij Ajax’ doelpuntenproductie. 93 keer kwam de verdediger aan
de bal en daarbij verstuurd hij tachtig passes. Niet alleen had hij dus een
groot aandeel in het spel van de Amsterdammers, ook wist hij in negentig
procent van de gevallen een medespeler te bereiken.
Een lesje effectiviteit van Haller
Niemand
was woensdagavond effectiever dan Haller. De spits uit Ivoorkust kwam
er na rust in voor
Mohamed Daramy en stal de show in Turkije. Tweemaal wist hij
het net te vinden, terwijl een derde doelpunt ook gemaakt leek te worden. Dat
feestje ging echter niet door wegens buitenspel. Toch kreeg de aanvaller de bal
driemaal in het doel en dat terwijl hij maar achttien keer in het bezit kwam
van de bal. Een lesje effectiviteit van de topscorer van Ajax dus.
Hoe slecht was Daramy echt?
We bespraken het al even: de ongelukkige
wedstrijd van Daramy. Tijd om te kijken naar zijn cijfers om te zien hoe slecht
het echt was. Dertigmaal kwam de buitenspeler aan de bal en daarbij verloor hij
negen keer het balbezit voor Ajax. Wel wist hij drie van zijn in totaal vijf ingezette
dribbels tot een goed einde te brengen. Zijn passingpercentage liet wel te
wensen over, want slechts 71 procent van zijn passes kwam aan bij een
medespeler. Alleen bij Haller – 67 procent – lag dat totaal lager.