Ajax speelt na een
succesvolle midweekse speelronde in de Champions League komend weekend weer in
de Eredivisie. Zondag om 14.30 uur is FC Utrecht de tegenstander in een
wedstrijd welke de Amsterdammers afwerken in de eigen Johan Cruijff ArenA. Niet
lang geleden, op 12 mei 2019, werd de thuiswedstrijd tegen de club uit Utrecht
een feestdag voor de Amsterdammers. De ploeg van Erik ten Hag kroonde zich die
dag tot officieus kampioen. Reden genoeg om terug te blikken op die dag. Het was het seizoen waarin Ajax de beker pakte door op 5 mei
met 0-4 te winnen van Willem II. Het tekent de kwaliteit die de ploeg die
jaargang op de mat legde. Het was ook het seizoen waarin Ajax het tot de halve
finale van de Champions League schopte. Het verhaal is bekend: de Amsterdammers
zetten in de uitwedstrijd in Londen een knappe 0-1 zege neer, waarna het karwei in de
eigen ArenA afgemaakt moest worden. Ajax ging met een 2-0 voorsprong rusten en
dus kon het bijna niet meer misgaan. De afloop van die wedstrijd is bekend, maar er zat voor de Ajacieden niets anders op dan de knop om te zetten en te focussen op de afronding van de competitie.
Vier dagen na de deceptie in de Champions League kwam FC Utrecht
op bezoek in Amsterdam. Tegelijkertijd zou PSV in actie komen tegen AZ. Won de
ploeg uit Alkmaar van de club uit Eindhoven, dan kon Ajax bij een zege op drie
punten voorsprong en een aanzienlijk beter doelsaldo komen. Hiervoor moest Ajax
zelf echter ook winnen, maar al in de eerste minuut liep de club tegen een
volgende tik aan. Na de uitschakeling tegen Tottenham Hotspur was het Othmane
Boussaid die de Amsterdammers opnieuw in rouw dompelde door de bal achter André
Onana te werken.
Ajax vocht zich echter al snel terug in de wedstrijd, zonder
groots te spelen. De wil om te winnen was – onder leiding van een gebrande
Hakim Ziyech - duidelijk aanwezig en dat bleek genoeg om het tij te keren. Niet in de laatste plaats was ook de steun van de fans er verantwoordelijk voor. 'Na die 0-1 was het even stil, maar daarna werd de boel weer aangezwengeld. Bij de goal van Van de Beek zag je meteen de ontlading, ook bij de spelers zelf', vertelt een die dag aanwezige seizoenkaarthouder.
Klaas-Jan Huntelaar stond op een moment waarop het zo nodig was op en maakte
binnen het kwartier de gelijkmaker. Donny van de Beek verrichte het
voorbereidende werk op de rechterflank, waarna het goudhaantje van Ajax deed
wat eenieder van hem verwacht: scherp zijn in het strafschopgebied, een
loopactie maken naar de eerste paal en de bal binnenwerken.
Van de Beek neemt Ajax bij de hand
Van de Beek, de man van de assist op de 1-1, was vervolgens
verantwoordelijk voor het écht ombuigen van de wedstrijd. Ajax miste kansen via
Ziyech en Huntelaar, maar terwijl de blessuretijd voor de eerste helft werd
doorgegeven, was het de middenvelder die scoorde. Uit een voorzet van Dusan
Tadic zorgde hij voor de zo belangrijke 2-1. In de tweede helft was het algauw
feest voor Ajax, maar niet door een doelpunt van de Amsterdammers zelf. Guus
Til zette AZ in de 49ste minuut op voorsprong tegen PSV, waardoor
het officieuze kampioenschap binnen handbereik leek.
De overwinning van Ajax op FC Utrecht was echter nog niet
binnen. Het duurde tot de 75ste minuut voordat Tadic zijn ploeg op
een veilige marge van twee zette. Het was een frommelgoal van de Serviër, maar
dat maakte het niet minder belangrijk. Bovendien betekende het doelpunt dat
Tadic voor de tiende thuiswedstrijd op rij scoorde. Alleen Jari Litmanen en
Bryan Ruiz gingen hem daarin voor. Vijf minuten later deed de linkspoot het nog
eens dunnetjes over. Na een overtreding op Ziyech kreeg Tadic een penalty te nemen.
Hoewel het stadion al in feeststemming was, bleef de routinier kalm en scoorde
hij vanaf de stip zijn 26ste treffer van het seizoen en de 4-1 voor
Ajax.
Elders, in Alkmaar, werd er na de goal van Til niet
meer gescoord en dus verloor PSV met 1-0. Het officiële kampioenschap betekende
dat nog niet voor Ajax, maar officieus was de kampioensschaal toch echt binnen. De nederlaag van PSV bleef ook in de Johan Cruijff ArenA niet onopgemerkt. 'Het werd op het scherm getoond. Ajax was eerder klaar en de spelers bleven op het veld staan. Toen zag je Van Bommel weglopen de catacombe in. De spelers stonden in de middencirkel te wachten en toen zag je De Ligt uit z'n plaat gaan, net als de fans. Buiten ontstond er een spontaan feest', weet de seizoenkaarthouder nog.
Nu wél feest in Doetinchem
Drie dagen later zou de feestvreugde pas écht losbarsten, want uit bij De
Graafschap kon de titel die dag in de wacht gesleept worden. Het affiche op De
Vijverberg had Ajax enkele jaren ervoor nog dwarsgezeten in de jacht op het
kampioenschap, maar ditmaal werd het een foutloze dag. In de laatste wedstrijd
van Frenkie de Jong voor Ajax, hij smeekte Danny Makkelie die dag om nog even
door te laten spelen, werd er met 1-4 gewonnen. Lasse Schöne, Nicolás
Tagliafico en Tadic zorgden die dag voor de goals en bezorgden Ajax de – ook
met het oog op Abdelhak Nouri – bijzondere 34ste landstitel in de
clubgeschiedenis.